Academische basisschool
Utrecht - Amersfoort

“Het huis is gebouwd, we hebben de sleutel, en nu gaan we er in wonen!”

In mei 2009 vertrok Winfried Roelofs als lector Academische Basisschool naar IPABO en in september van dat jaar werden zijn taken overgenomen door lector dr. Ton Bruining en associate lector drs. Marja van den Eijnden.

 

Waarom kozen jullie voor het lectoraat Academische Basisschool?

Ton vertelt dat hij in zijn werk een doel heeft: “Ik noem dat de emancipatie van de frontliniewerker. Ik ben diëtist van oorsprong, ik heb in de thuiszorg gewerkt en ben altijd eigenaar geweest van mijn beroep en ik heb aan ontwikkelingen kunnen werken. Ik heb gezien dat dat elders niet altijd kon, dus vanuit die bevlogenheid, die ontstaan is vanuit een gevoel van ‘zo kun je vorm geven aan je eigen beroep’, sta ik in mijn werk als adviseur. Ik kom nu in het onderwijs en zie da tin veel situaties leraren onvoldoende de mogelijkheid hebben óf de kansgrijpen om eigenaar te zijn van het vak. Bij dit lectoraat gaat het om de ontwikkeling van de beroepsidentiteit, de verdieping van de kennisontwikkeling binnen de beroepsgroep en bij de beroepsbeoefenaar. Hogeschool Domstad heeft daarvoor een netwerk ontwikkeld in samenwerking met schoolbesturen.” Ton ziet in deze opdracht de mogelijkheid om de emancipatie van de frontliniewerker te verstevigen.   

Marja werkte al een aantaljaren (bij KPC) samen met voormalig lector van de AcademischeBasisschool Winfried Roelofs, ook op landelijk niveau aan deze ontwikkelingen. Eigenlijk was het , toen Winfried zijn vertrek aankondigde, een logische stap voor haar na alle ervaringen op dit gebied om hiermee verder te gaan en de ontwikkelingen op gang te houden. De opbrengsten van de kennisontwikkeling kunnen nu zichtbaar gemaakt worden binnen de Academische Basisschool. Voor Ton was Marja’s deelname voorwaarde om in te steken in de Academische Basisschool.“Haar kennis is van grote waarde en het is een mooie kans om dit samen te doen.” Ton op zijn beurt geeft een verdieping aan het onderzoek zelf, waarbij hij benadrukt dat het gaat om betekenisvol onderzoek voor de beroepsgroep. Samen hebben ze daar een artikel over geschreven: “de‘A’ van Academisch en de ‘O’ van Opleidingsschool” . (zie ‘downloads’)

 

Wat houdt het werk voor het lectoraat concreet in?

De dagen zijn heel wisselend ingevuld. Marja vertelt over de rol van ontwikkelaar die ze heeft: ze is vooral bezig met de borging van de kwaliteitszorg rondom het lectoraat. Ze bereidt denkstukken voorbestuurders, de kenniskring of de projectleider voor. Vanuit haar ervaringen en vanuit theoretische inzichten werkt ze documenten uit,voert ze overleg met de betrokkenen en vindt afstemming plaats. Ton vult aan dat hij volgt wat er gebeurt op onderzoeksgebied (literatuurlezen en vakbladen bijhouden). Dit brengt hij vervolgens terug naar de grote kenniskring: wat betekenen deze ontwikkelingen voor onze eigen ontwikkeling en de onderzoeksvragen? Aanvankelijk was het programma heel organisatorisch ingericht: welke ideeën zijn er, hoe vertalen we die naar de grote en kleine kenniskringen en naar de verschillende rollen en activiteiten die we hebben. Hij wil er graag naar toe werken dat men eigenaar gaat worden van de activiteiten en eigen vragen leert stellen. Nu de structuur organisatorisch gezien staat, is het tijd om de invulling van de ontwikkeling van de beroepsidentiteit van de leerkracht als onderzoeker vorm te geven. Ton: “We hebben dit huis gebouwd, we hebben een aannemer gehad, maar het is wel óns huis en we gaan er nu ook wonen, wij hebben nu de sleutel, geven er invulling aan.” Verder wordt er natuurlijk samengewerkt met andere lectoraten, zoals met het lectoraat Kantelende Kennis: samen creëren de lectoraten een onderzoeksprogramma. Ook wordt er een bijdrage geleverd aan de onderwijsontwikkeling, bijv. door het ontwerpen van een onderzoeksprogramma voor de ALBO-opleiding. (Academische LerarenOpleiding Basisonderwijs). Daarnaast wordt er onderwijs gegeven in de vorm van bijvoorbeeld masterclasses voor de ALBO-studenten, i.s.m. de universiteit. Zo is de lector ook herkenbaar als docent. Ze werken dus in en door veel verschillende lagen en op verschillende niveaus binnen de Academische Basisschool met als doel het onderwijs beter te maken. De blik naar buiten toe vinden ze daarbij van groot belang. De opleiding moet zich oriënteren op de buitenwereld, bijvoorbeeld door het afleggen van bezoeken aan scholen. Ton en Marja doen dat zelf ook:“door mensen zelf betrokken bij en verantwoordelijk te laten zijn voor onderzoek op hun school stimuleer je mensen. Dit kan niet in een paar uurtjes overleg, je ziet dit groeien door tussentijdse contacten, vragen per mail en andere ongeplande ontmoetingen.” Ze vervullen dus ook een intermediairrol. Het leggen en in stand houden van de verbinding, over de hele linie, tussen alle niveaus, is belangrijk en ook best lastig. “Ik heb in al mijn functies de kwaliteit van mijn beroep gevonden dat je de verbinding kunt leggen tussen bestuursintelligentie en de frontlijnintelligentie”, aldus Ton.

 

De opdracht

In feite zijn er 2 doelstellingen. De eerste is de Academische Basisschoolals concept met haar infrastructuur borgen voor de komende 10 jaar. Hetmoet staan als een huis, wel met mogelijkheden om door te ontwikkelenuiteraard, en met de mogelijkheid tot uitbreiding in de regio, ook op andere scholen. Daarnaast moet er een verdieping aangebracht worden: wat willen we nu met het onderzoek in de scholen, en hoe brengen we onze Academische Basisscholen naar buiten toe: wat is onze identiteit? Het gaat hierbij om de vraag welke positie deze scholen innemen, en wa tdit betekent voor de betrokken besturen en de opleiding. Een extra doelstelling die er, n.a.v. de voorgenomen fusie van Hogeschool Domstad met de HU, bijgekomen is, is het inbedden van alle kennis die tot nutoe is opgedaan in het nieuwe curriculum dat gevormd gaat worden. In de fusie moet dit programma wel overeind blijven!

 

De kracht van de Academische Basisschool

Een sterk punt van dit project is volgens Ton en Marja de infrastructuur:“het is een geoliede machine”, zegt Marja. Er is sprake van frequent enopen contact tussen de opleiding en de partners, onder andere in degrote kenniskring (opleiding, lectoren en onderwijskundig leiders) enkleine kenniskring (studenten, leerkrachtonderzoeker, onderwijskundigleider en onderzoeks/vakdocent van de opleiding). Men is gewend samente praten over de begeleiding van studenten, de betrokken mensen zijngoed geschoold en als (aanvankelijke) buitenstaanders voelden dezelectoren zich direct welkom. Er is wederzijds waardering voor inbrengen expertise. Ook voelen mensen zich verantwoordelijk voor het proces waarin ze zitten. Men gaat steeds meer en beter nadenken over het concept, men stelt zichzelf vragen.

Wat betreft het onderzoek zie je dat er verschillende types onderzoek op gang komen. Ontwerpgericht onderzoek door Marja: het prototype is af, hoe kunnen we dit aanscherpen en verbeteren? Daarnaast actieonderzoek door de onderwijskundig leiders, uiteraard de praktijkonderzoeken door studenten en tot slot onderzoek door Ton naar de vraag: hoe ontwikkelt zich nu die collectieve identiteit?

 

Pareltjes

Marja vertelt direct over haar ervaringen met de bestuurders. “ Zij waren gewend het over regelzaken te hebben en zaken op elkaar af te stemmen.De Academische Basisschool is geen statisch concept, het vráágt omontwikkeling. Ook bestuurders moeten zichzelf vragen stellen: waar gaan we samen  naar toe, wat vinden we daarvan, wat betekent het om academische school te zijn? Dit zijn kernvragen, waar bestuurders nu ook weer mee bezig zijn. Ook zij moeten nadenken over de opbrengsten van de onderzoeken. Er zijn bijeenkomsten geweest met alle partijen,waar men met elkaar in gesprek is gegaan, elkaar geïnformeerd heeft, en zo komen de meest wezenlijke vragen én oplossingen naar boven! Er was sprake van herkenning: we zijn met hetzelfde bezig, en anderzijds het blootleggen van het gegeven dat de rollen heel verschillend zijn en dus de manier van kijken ook. De herdefiniëring van rollen en taken blijft nodig en komt nu weer naar boven.” Door het op gang brengen van deze gesprekken is dus weer de al eerder genoemde, en zo belangrijke verbinding gelegd. Ton vult aan dat het om een proces gaat waar je heel lang en intensief aan werkt. De parel van het lectoraat vindt hijdat er steeds meer een wij-gevoel ontstaat. “Er is steeds meer sprake van een gezamenlijke agenda en dit kun je verder uitbouwen. Bijvoorbeeld door het leggen van contact met universiteiten. Wij hebben als netwerk vragen, we willen participeren. Je ziet ook dat bijv. de kartrekkers (onderwijskundig leiders) vragen of ze mee kunnen doen aan de masterclasses: op die manier ontwikkelt zich een nieuwe bedrijfscultuur!”

 

Yvette ten Barge

februari 2010

De projectleider aan het woord

De projectleider aan het woord

Willy van Dijk, projectleider van de academische basisschool, vertelt regelmatig over haar ervaringen.

Eerste fase van het project

De gewenfase is achter de rug

Op reis naar de VS

Terugblik op 2 jaar dieptepilot

Nieuwe onderzoeken, bijgestelde opzet

De projectleider aan het woord

Lector aan het woord

Lector aan het woord

Lectoren Ton Bruining en Marja van den Eijnden over hun ervaringen.

“Het huis is gebouwd, we hebben de sleutel, en nu gaan we er in wonen!”


Winfried Roelofs over zijn ervaringen.

Een terugblik op anderhalf jaar dieptepilot

De projectleider aan het woord

Columns

Columns

Rosa Hessing geeft tips.
Column schrijven, hoe doe je dat?

De projectleider aan het woord

© 2008 Academische basisschool Amersfoort Utrecht