Academische basisschool
Utrecht - Amersfoort

In gesprek met Winfried Roelofs, Lector academische basisschool

Een terugblik op anderhalf jaar dieptepilot ‘academische basisschool’

 

Terugkijkend op anderhalf jaar dat er nu met de pilot gewerkt wordt, vindt Winfried Roelofs dat er hele grote stappen gezet zijn. Zowel op de academische basisscholen als op de opleiding is er van alles gebeurd.

 

De opleiding

Op de opleiding is er een minor afstudeertraject ‘academische basisschool’ voor de studenten ontwikkeld en in de praktijk uitgezet. Het kernonderdeel hierbinnen is dat studenten leren om praktijkonderzoek te doen ten dienste van de school en dit onderzoek ook zelf uitvoeren. De academische basisschool heeft wezenlijke consequenties voor de opleiding. De opleiding moet flexibel kunnen inspelen op vraagstukken vanuit de praktijk. Het praktijkonderzoek uitgevoerd door de studenten moet ingepast worden in het curriculum. Dit vraagt om een open houding van docenten. Actuele vraagstukken uit de praktijk passeren de revue en het is voor de docent dan de kunst om zijn expertise daar goed voor te lenen. Uitgangspunt is een expert rol van de docent uitgaande van de ontwikkeling en de ontwikkelingsvraagstukken van de student. Voorwaarde hierbij is dat de docent voldoende kennis heeft van de werkplek.

 

De pilot leert ons dat met name studenten die uitgedaagd willen worden en die willen investeren in eigen leren, geschikt zijn om academische basisschoolstudent te worden. Dit zijn veelal de studenten met een hoge mate van zelfsturing, zelfredzaamheid, abstract vermogen en die interesse hebben in het doen van onderzoek. Aangezien dit een bepaald type student is, is het belangrijk om studenten tijdig en gericht te scouten voor de academische basisschool. De opleiding zou goed naar studenten en hun potentiële talent als individu moeten kijken en hun motiveren om in een academische basisschool minor-afstudeertraject te stappen.

Het voordeel voor de studenten is dat ze binnen de academische basisschool hun talenten aan de school en het bestuur kunnen tonen, zodat hun kans op een toekomstige baan vergroot kan worden. Dit zullen ook studenten zijn die op zoek blijven naar verdieping. Om deze studenten in de toekomst te binden zal het schoolbestuur aan de slag moeten gaan met loopbaanperspectief. Het volgen van een master Leren en innoveren, waarmee een leerkracht-onderzoeker een Leraar B-functie zou kunnen vervullen is een mogelijk eerste stap.

Ook voor de toekomst van een opleidingsinstituut biedt de academische basisschool, en partnerschap met schoolbesturen specifiek, perspectief op lange termijn. De academische basisschool biedt interessante mogelijkheden voor onderzoek en kennisdienstverlening. Het is essentieel dat de meerwaarde van dit minor-afstudeertraject bij de opleidingsmanagers scherp op het netvlies gaat komen. Aan de ene kant om in de toekomst een interessante kennispartner voor scholen te blijven. Aan de andere kant om voor lopende trajecten de juiste studenten te werven.

 

De scholen

De scholen zijn tevreden over de meerwaarde van de academische basisschoolstudenten. Ze zijn 2 dagen per week inzetbaar in de praktijk van de dag, ze leveren hun bijdrage aan de schoolontwikkeling en ze leveren zicht op processen in de school door het schoolspecifieke onderzoek dat ze uitvoeren. Er wordt op de scholen nu meer kennis gemobiliseerd.

 

Vanuit bestuurlijk perspectief biedt de academische basisschool een centrum voor schoolontwikkeling, innovatie en personele ontwikkeling. Enkele essentiële thema’s binnen het bestuur kunnen uitgezet worden op academische basisscholen. Dan ontstaat er een soort van ‘praktijklaboratoria’ waar naast praktijkexpertise ook zicht komt op waarom dingen werken zoals ze werken. Op deze manier krijgt een schoolbestuur haar eigen praktijkkennis in handen.

 

Deze centra zouden een voorhoede functie kunnen gaan spelen op een bepaalde schoolontwikkelingsthematiek ( bijvoorbeeld kansrijk taalonderwijs) waarbij er uitstraling plaats vindt naar andere scholen. Vanuit mobiliteit zouden bijvoorbeeld leerkrachten een periode met een gerichte ontwikkelvraag mee kunnen draaien om kennis te vergaren zodat ze daarmee op de eigen school een nieuwe brandhaard van innovatie kunnen stichten.

 

Om zover te komen is het belangrijk dat een schoolteam als geheel ook een lerende en onderzoekende houding ontwikkelt. Het is van belang om binnen de schoolorganisatie een cultuur van leren / onderzoeken te hebben. Vanuit de kenniskring kan de school gevoed worden en kan er uitwisseling plaatsvinden. De meerwaarde om studenten bij het onderzoek te betrekken zit hem onder andere in de relatief grote hoeveelheid tijd die studenten beschikbaar hebben voor het uitvoeren van onderzoeksactiviteiten in de school.

 

Er zijn meerdere kritische succesfactoren te benoemen voor scholen om een academische basisschool te worden. Deze liggen op verschillende terreinen, namelijk:

  • Een goede opleidingsinfrastructuur;
  • Een cultuur van openheid en leren,
  • Schoolontwikkeling vanuit een kwaliteitszorgcyclus;
  • Affiniteit en bekwaamheid als schoolteam om systematisch te willen onderzoeken waar je mee bezig bent.

Daarnaast is een goede afstemming en heldere communicatie met korte lijnen op alle niveaus van belang bij de realisatie van de processen. Een wezenlijke basisvoorwaarde die hieraan ten grondslag ligt, is dat de ambities van het bestuur en de hogeschool overeenkomen met de ambities van de teamleden die actief zijn in de academische basisscholen.

 

Samenvattend

De dieptepilot is een groot leerproces voor alle partijen. Het is haast niet mogelijk om alle losse leermomenten te markeren. Enkele belangrijke leermomenten zijn: Inzicht in de manier waarop werving plaats moet vinden zodat dit soort trajecten in stand gehouden kan worden. Professionalisering van alle betrokkenen (mentoren, coach, kartrekker, opleider). Afstemming plaats laten vinden op en tussen alle niveaus (bestuur, scholen, opleiding). Er dient eenzelfde taal gesproken te worden waarbij er een gezamenlijk doel voor ogen is.

 

De rol van de kenniskring zal in de toekomst een andere functie krijgen. Nu doet de kenniskring onderzoek naar “hoe geef je zo’n proces vorm?’ (Borging) en‘hoe doe je goed onderzoek?’ (Professionalisering). Hierna kan de stap gemaakt worden naar inhoudelijke thema’s die in de schoolontwikkeling spelen (Inhoudelijke focus). Binnen de dieptepilot is geëxperimenteerd met nieuwe rollen die van belang zijn binnen de academische school: rollen bij het opleiden, de schoolontwikkeling en het praktijkonderzoek. Op alle scholen zijn deze rollen zorgvuldig ingevuld en in de praktijk gerealiseerd. Winfried geeft aan dat er een informatiebrochure aan komt waar deze rollen duidelijk in staan beschreven.

 

De schoolbesturen en de hogeschool zijn druk doende om het gedachtegoed en de opgedane expertise binnen de dieptepilot ‘academische basisschool’ te verbreden. De website, de informatiebrochures, presentaties tijdens conferenties en congressen spelen daarin een rol. Maar ook gesprekken met schooldirecteuren en schoolteams om hun ambities wat betreft opleiden, schoolontwikkeling en praktijkonderzoek te bevragen.

 

Kortom, zowel het proces als het resultaat geeft een succesvolle pilot weer!

 

Inge Seuntiëns, februari 2008

De projectleider aan het woord

De projectleider aan het woord

Willy van Dijk, projectleider van de academische basisschool, vertelt regelmatig over haar ervaringen.

Eerste fase van het project

De gewenfase is achter de rug

Op reis naar de VS

Terugblik op 2 jaar dieptepilot

Nieuwe onderzoeken, bijgestelde opzet

De projectleider aan het woord

Lector aan het woord

Lector aan het woord

Lectoren Ton Bruining en Marja van den Eijnden over hun ervaringen.

“Het huis is gebouwd, we hebben de sleutel, en nu gaan we er in wonen!”


Winfried Roelofs over zijn ervaringen.

Een terugblik op anderhalf jaar dieptepilot

De projectleider aan het woord

Columns

Columns

Rosa Hessing geeft tips.
Column schrijven, hoe doe je dat?

De projectleider aan het woord

© 2008 Academische basisschool Amersfoort Utrecht